1.12. Graasland

In het voorjaar zag ik de oude vrouw bij de rivier. Toen ze mij in het oog kreeg, keerde ze zich snel om en liep naar haar huis. Nu het weer beter werd, zag ik soms de vrouw en de kinderen van Romain, de oudste houtskoolbrander. Ook de echtgenote van de jongere brander. Haar daar te zien, of hen samen zien, stak een beetje. Maar mijn tijd zou nog komen, hield ik me voor. Die zomer gaven mijn drie ooien samen vijf lammeren. Ik verkocht er twee. Ik overwinterde opnieuw samen met hen in de benedenkamer. Het jaar daarop had ik alles bij elkaar een kudde van vijftien schapen. Ik gaf de drie mooiste ooien aan Julien, verkocht drie rammen en hield acht ooien en een ram over. Mijn schulden waren afbetaald, mijn huis bood me alles wat ik nodig had, mijn kudde zou de volgende jaren groeien, het werd tijd om op zoek te gaan naar verderaf gelegen graasland.

DSCN2388

‘Er wachtte niemand op mij, maar ik wachtte op jou,’ zeg ik tegen mijn vrouw.

Ze verbetert mij: ‘Je wachtte op één van ons.’

‘Ik wachtte op jou,’ zeg ik weer, ook al heeft ze gelijk.

DSCN2391

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s