1.19. Wolken

Het viel me niet moeilijk om nog een paar maanden op Amparo’s antwoord te wachten. De lammertijd brak aan en ik had genoeg omhanden. Maar in rustige momenten rees de twijfel. De dagen werden langer en ik maakte er een gewoonte van om ‘s avonds op de houten bank voor mijn huis te gaan zitten. Ik had de bank met evenveel toewijding in elkaar gezet als het bed, ik had er uren aan geschuurd en gewreven. Toen hij af was moest ik erop gaan zitten. Waar had ik hem anders voor gemaakt?

Ik ging zitten en ik keek naar de kom van het gehucht waar in die tijd nog niet veel beweging was. Daarna keek ik naar de lucht. Naar het spel van zon en wolken, de kleuren en vormen die zich ‘s avonds ontvouwden. Of, als het vochtig was, naar de wolken die laag langs de hellingen dreven. Het was zeelucht had men mij gezegd en ik verwonderde mij erover. De zee, waarvan ik vanaf de kam slechts een streep kon zien, was onmetelijk ver. Wat kwam die zeelucht hier doen?

Overdag was ik meestal te druk bezig om mij van alles af te vragen, maar als ik op de bank zat, kwamen de vragen net als wolken aandrijven. Soms waren er zoveel dat ik er niet van kon slapen.

De antwoorden die Amparo mij had gegeven baarden mij zorgen. Vooral het eerste antwoord. ‘Met niemand,’ had ze gezegd. Daarna was ze erop teruggekomen, maar ze had ook gezegd dat ze haar ouders niet alleen kon laten. Ik begon te denken dat ze mij aan het lijntje hield, dat ze uitstel had gevraagd om mij te doen wachten. Niet omdat zij twijfelde. Maar om een andere reden. Ik brak mijn hoofd erover, want ik kon me niet voorstellen wat die andere reden was. Ik bereidde mij voor op een nieuwe afwijzing.

Half juli bracht ik de lammeren naar het dal. Ik handelde de verkoop bij Julien snel af en ging onmiddellijk naar de bakkerswinkel. De bakker stond onverwacht zelf in de winkel en hij wees naar de scheerkamer. Ik wilde meteen naar Amparo vragen, maar ik bedacht me. Ik liet me eerst knippen en scheren. Ik kon er maar beter goed uitzien. Toen hij klaar was, betaalde ik hem en vroeg of ik zijn dochter kon spreken. Ik zag dat ik hem verraste met mijn vraag, en mijn vermoeden dat Amparo mij gewoon had laten wachten nam toe. De bakker liep naar de bakkerij en ik hoorde hem Spaans praten. Ik begreep er niets van. Toen kwam Amparo te voorschijn. Ze droeg een wit schort en haar armen en handen zaten onder de bloem. Haar vader kwam achter haar aan.

‘Het is nee,’ zei ze bars. Ik wilde me meteen omdraaien en naar buiten gaan maar ze begon snel te praten.

‘Ga niet naar Colombe,’ zei ze. ‘Vraag het haar niet. Ze is niet geschikt. Ze zal ziek worden daarboven. En als ze sterft, is het jouw schuld!’ Dat laatste schreeuwde ze me in het gezicht. Ze was dichterbij komen staan, in haar mondhoeken vormden zich belletjes speeksel.

Haar vader stond achter haar zijn handen te wringen. Hij leek er niets van te begrijpen. Ik begreep het evenmin. Waarom dacht ze dat ik meteen naar Colombe zou gaan? En wat voor onzin was dat, dat Colombe ziek zou worden op de berg? Er was geen gezondere plek dan daarboven.

Dat ging allemaal door me heen, maar ik was niet in staat haar een antwoord te geven. Ik ging naar buiten en ik deed wat zij dacht dat ik zou doen. Ik geef toe dat ik aan die mogelijkheid had gedacht, maar ik had die voor mij uitgeschoven. Het was Amparo’s uitval die me juist naar het huis van Camille en Colombe dreef.

Ik belde aan en het was Colombe die opendeed. Ze droeg een zomerjurk met korte mouwen en liep op blote voeten. Ze keek me aan op de vrijmoedige manier die ik al een paar keer bij haar gezien had. Deze keer deed ik niet alsof ik haar negeerde, maar keek vrank terug.

‘Kan ik je moeder spreken?’ vroeg ik. Ze knikte, duwde de deur van de voorste kamer open en liep naar de keuken.

Camille kwam naar de woonkamer en wees me een stoel alsof ze doorhad dat het niet over naaiwerk ging.

Ik vroeg om Colombes hand. Ik beloofde dat ik goed voor haar zou zijn. Ik zei dat ik een uitzet en winterkleding voor haar wilde bestellen en ik legde een beursje met geld op de tafel. Dat deed ik in een opwelling, maar het was duidelijk een domme zet, want Camilles gezicht verstrakte.

‘Dat moet ik met mijn dochter bespreken,’ zei ze, ‘zij beslist zelf met wie ze trouwt.’ Ze stond op en gaf daarmee aan dat het gesprek gedaan was.

‘Ik kom terug over een week,’ zei ik.

DSCN6003

 

Een gedachte over “1.19. Wolken”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s