1.22. Droom

We liggen naast elkaar. Ik weet dat ze niet slaapt en ik vraag me af of ze straks weer zal opstaan om bij de haard te gaan zitten en haar haren te borstelen.

Het bed kraakt, ze keert zich naar mij.

‘Ik was het vergeten,’ zegt ze, ‘maar nu ik het mij herinner, vergeef ik het jou. We waren allebei onwetend.’

En dan begint ze te huilen.

‘Ach, mijn duifje, waarom huil je dan? Ik ben juist blij met wat je zegt. Waarom huil je nu?’

‘Om de schapen,’ zegt ze ‘en de honden. Hoe moet het met ons? Hoe kan ik hier … Als jij er niet meer …’

Ze huilt zoals ze al lang niet meer gehuild heeft. Ik probeer me te herinneren wanneer ik haar nog heb zien huilen. Nadat we vernomen hadden dat Amparo weg was, huilde ze uren aan een stuk. En toen Amparo wegbleef, weken, maanden, huilde ze nog vaak. En dikwijls ook op de dagen dat ze bloedde. Maar het werd minder en minder. Toen onze eerste hond stierf, huilden we allebei.

Ik trek haar tegen me aan.

‘Het komt goed, zeg ik, het komt allemaal goed. Je bent sterk, veel sterker dan ik ooit had verwacht. Amparo dacht dat je hier op de berg ziek zou worden en sterven,’ zeg ik dan. Ik moet opeens lachen als ik aan die boze uitval van Amparo denk, zoveel jaren geleden.

Nu gaat Colombe rechtop zitten.

‘Heeft Amparo dat gezegd? Wanneer dan?’

‘Toen ze wist dat ik jou zou vragen.’

‘Hoe wist ze dat dan?’

Ik aarzel.

‘Omdat ik eerst bij haar vader langs ben geweest om me te laten scheren en knippen. Ze leek te weten wat ik van plan was.’

Het is niet gelogen. Maar dat ik Amparo eerst had gevraagd, vertel ik niet. Het doet er niet meer toe. Niet na al die jaren. Niet na alles wat we hebben meegemaakt.

Ze laat zich terug in de kussens vallen. Ik hoor haar opnieuw snikken. Ik weet waarom ze nu huilt. Ik kan niets doen, niets zeggen. Ik streel haar slapen en haar voorhoofd. Ze kruipt tegen me aan, legt haar hoofd op mijn schouder. Zij valt in slaap en ik glijd in een droom over Amparo. Ze ziet er vreemd uit. Ze draagt een broek en laarzen, en een lange jas. Als ik dichterbij kom zie ik dat het niet Amparo is, maar Arturo, haar vader. Hij wenkt. Ik ga naar hem toe. Want ja, ik wil me graag door hem laten scheren.

Foto0040

Einde deel 1

(Deel 2 begint zondag 28 april)

2 gedachten over “1.22. Droom”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s