2.9. Bruidskoffer

‘Hij is zwijgzaam,’ zei mijn moeder. ‘Je zult eenzaam zijn daarboven.’

‘Ik zal kinderen krijgen,’ antwoordde ik.

Mijn moeder vroeg of ik begreep wat het huwelijk was. Ik zei ja, want ik dacht het te weten. Ik wist dat mannen en vrouwen iets met elkaar deden om kinderen te krijgen. Ik was er niet bang voor, ik verlangde ernaar. Mijn buik verlangde ernaar. Als ik hem zag, als ik Michel zag -ik noemde hem nu Michel- spande het in mijn buik en mijn benen. Maar dat durfde ik niet te vertellen aan mijn moeder.

Ik zei dat ik hem vriendelijk vond. Ik zei ook dat ik van lammetjes hield. Ik had hem een paar keer in het dorp zien aankomen met de lammeren die hij kwam verkopen.

‘Ik weet niet of hij naar school is geweest, of hij kan lezen en schrijven,’ bracht mijn moeder in.

‘Hij kan duidelijk rekenen,’ zei ik, ‘en ik kan lezen en schrijven. Als een van ons twee dat kan, is het toch genoeg?’ Op elk argument van mijn moeder had ik een antwoord.

Mijn moeder vroeg zich af wat mij bezielde. Het was duidelijk: hij bezielde mij. Ik verkeerde in een soort waanzin. Mijn verlangen naar hem en naar een huwelijk was niet voor rede vatbaar. Toch probeerde ik redenen te geven. Dat hij welgesteld was, dat ons gezin er wel bij zou varen, dat hij de intentie had om goed voor mij te zorgen, want kijk maar, hij bestelde een uitzet en winterkleren voor mij.

Mijn moeder vond een bondgenoot in Amparo. Soms ondervroegen zij mij met zijn tweeën. Telkens weer dezelfde vragen, telkens weer dezelfde antwoorden. Amparo leek nog wanhopiger dan mijn moeder.

Toen ze zagen dat ik niet van mijn stuk te brengen was, gaven ze het op.  Mijn moeder richtte zich op de praktische zaken. Ze begon aan mijn uitzet. Ze maakte haar bruidskoffer leeg, sleepte hem naar de woonkamer en spoorde mijn zussen aan om mee aan tafel te komen zitten en te naaien. Ze motiveerde hen door ook voor hen stoffen te kopen en hun een nieuwe jurk te beloven als mijn uitzet klaar was.

Amparo kwam steeds minder mee aan de grote tafel zitten. Ze had het druk in de bakkerij, zei ze. In het begin miste ik haar, maar haar stugge houding kwetste mij en ik schreef de verwijdering tussen ons aan haar toe. Ik verdacht haar ervan dat ze jaloers was, niet zozeer omdat de herder mij gekozen had, maar wel omdat mijn aandacht nu naar hem, naar mijn uitzet en mijn huwelijk ging.

20190429_174129

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s