2.15. Cistusrozen

Alleen het trouwen met Michel gebeurde precies zoals ik mij het de jaren daarvoor had voorgesteld. De stoet naar de priorij, de zegening in de kerk, mijn kanten blouse en bijhorend mutsje, mijn wijde rok met een brede strook, mijn nieuwe espadrilles. Michel met wit hemd en een zwart gilet, een rode band rond zijn middel. Hij droeg echte leren schoenen.

Na de dienst zaten we in het gras in de tuin van de priorij: mijn familie, Berthe en Julien, en Amparo en haar ouders. We aten de broodjes die Amparo en haar moeder hadden klaargemaakt.

Daarna gingen Michel en ik te voet de berg op en keerden de anderen terug naar het dorp. Tot dan ging alles zoals ik het mij had voorgesteld.

Een paar dagen voor hij stierf heeft Michel me gevraagd hem te vergeven voor wat er toen gebeurd is. Het verbaasde me dat hij daarover begon. Dat hij zich daar zorgen over maakte. Ik was het niet vergeten. Natuurlijk was ik het niet vergeten. Maar ik had het opgeborgen en toegedekt. Als iets dat beter niet gebeurd was en dat ik het liefst zou vergeten, maar dat hardnekkig onvergetelijk was.

Onze trouwdag begon als een mooie dag. We hadden geluk met het weer. Er dreven wat witte wolkjes door de helderblauwe lucht en het werd niet al te warm. Het plan was dat Michel mij zou ophalen, dat we in stoet naar het kloosterkerkje zouden gaan, dat we na de plechtigheid samen wat zouden eten op het grasveld in de tuin van de priorij en dat Michel en ik dan te voet naar zijn huis zouden gaan. De koffer met mijn uitzet was al daarheen, meegegeven met een buurman die paard en kar had.

Ik herinner me nog de tintelingen in mijn vingers. Het boeketje veldbloemen dat Delphine voor mij gemaakt had, dat veel te snel verflenste in mijn klamme handen. De knoop van de kraag van mijn kanten blouse die tegen mijn keel drukte, de stof van mijn wijde rok die rond mijn benen danste, de linten van mijn espadrilles die aan mijn enkels spanden.

De dienst duurde niet lang. Michel en ik stonden vooraan en keken naar de pater en begrepen geen van beiden iets van het Latijn dat hij prevelde. We gaven ons jawoord en de priester legde onze handen op elkaar en ik durfde niet eens naar mijn bruidegom op te kijken.

Na de dienst zaten we in het gras. Ik kreeg geen hap binnen van het brood, de pasteitjes en de gedroogde vleeswaren die Amparo en haar ouders meegebracht hadden. Ik nam een slok wijn, niet meer dan dat, want ik voelde me al licht in mijn hoofd en we moesten nog een paar uur wandelen, de berg op.

Het was Michel die als eerste rechtstond. Hij bedankte het gezelschap, reikte mij de hand en hielp me recht. Mijn moeder en Delphine huilden. Marie gaf me een snelle kus. Amparo gaf me twee kussen. Ze huilde niet. Op haar gezicht stond een stijve glimlach. Ik trok haar naar me toe en ik voelde een schokje in haar schouders, het leek een snik. Maar toen ze zich van me losmaakte, zag ik geen tranen, alleen dat krampachtige gezicht.

Amparo’s moeder gaf me een mand met de resten van het eten mee. Michel sloeg een jutezak over zijn schouder en zo stapten we samen het pad op dat van het kerkje naar de bergkam leidde.

Het was na het middaguur. De ergste warmte nam al af, maar de zon scheen nog op onze ruggen. Het klimmen ging moeizaam. De weg was niet steil, maar klom geleidelijk naar de kam. Ik droeg gelukkig een witte, met kant afgezette muts, zodat mijn hoofd beschermd was. Michel ging eerst en keek af en toe om. Hij zag hoe ik zweette en hijgde en ging wat langzamer. Bij het eerste plat stopte hij en liet hij me water drinken uit een leren zak.  Hij wees naar de kam.

‘Het is helder weer, we zullen de zee zien vandaar’, zei hij.

Ik keek hem wat ongelovig aan. Ik kon het me niet voorstellen.

We klommen verder langs het stoffige pad, dat over de hele lengte afgezoomd was met roze ciste. Die zaten ook in mijn ruikertje, maar ze waren al verflenst. Net als klaprozen willen cistusrozen niet geplukt worden. Hun bloemblaadjes zijn zo teer, dat ze het niet verdragen van de aarde weggenomen te worden. Tijdens het stappen keek ik naar de bloemen, naar de vlinderlavendel en de struikjes tijm die hier en daar al bloeiden en probeerde ik op die manier niet te denken aan de warmte op mijn rug en mijn zere voeten in mijn nieuwe witte espadrilles, die al grijs van het stof waren.

20180525_202518

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s