2.26. Ongeloof

Het duurde een aantal weken eer ik mezelf ertoe kon brengen om naar het dal te gaan. Michel was in mijn plaats gegaan. Hij had mijn moeder verteld dat er een ongeluk gebeurd was en dat ik herstellende was. Mijn moeder was ongerust geweest en had naar de berg willen komen, maar hij had haar gezegd dat ik weldra met hem naar het dal zou komen.

Van zijn tocht naar het dorp bracht hij een omslagdoek mee. Ik kon zien dat het een duur stuk was. Hij was geweven uit fijne grijze wol en langs de randen was een bloemenmotief geborduurd. Ik legde hem op mijn schouders en trok hem over mijn hoofd en probeerde hem zo te draperen dat hij het litteken boven mijn mondhoek bedekte. Nog erger dan het litteken, vond ik de holte in mijn mond, waar mijn tanden ontbraken. Ik vond het lelijk en beschamend. De sjaal, moest ik toegeven, was mooi, maar met die sjaal op mijn hoofd voelde ik me plots een oude vrouw, terwijl ik nog maar net een jonge bruid was geweest.

Michel ging die eerste keer met me mee. Hij zou me naar mijn moeder brengen en vandaar naar Julien gaan. Na de middag zou hij me komen ophalen en zouden we weer samen naar boven klimmen. Sinds het ongeluk was hij zoveel mogelijk in mijn buurt gebleven. We spraken nog minder met elkaar dan voor het ongeluk. In het begin deed praten te veel pijn en daarna waren we het gewend om in een soort verstandhouding naast elkaar te leven waarbij weinig woorden nodig waren. De overdreven zorg van Michel irriteerde me soms, maar ik zag ook dat het zijn manier was om het gebeurde te verwerken.

Het was goed dat hij met mij meeging naar mijn moeder, maar op de heenweg dacht ik eraan dat ik niet zoals gewoonlijk, na mijn bezoek aan het dorp, met Amparo een stuk van de terugweg zou kunnen afleggen.

Dat maakte me verdrietig, want ik had meer dan ooit nood aan haar aanwezigheid. Ik zou haar welllicht bij mijn moeder zien, maar daar zouden we niet alleen zijn.

Mijn moeder en mijn jongste zus Marie konden hun ontsteltenis niet verbergen. Ik zag hun ogen naar mijn litteken gaan, hoe ze probeerden ervan weg te kijken en hoe hun ogen er weer naartoe getrokken werden. Ze bleven maar vragen hoe het gebeurd was en ik bleef maar zeggen dat ik gestruikeld was over de losse zoom van mijn rok en op de bruidskoffer gevallen was en ik zag dat ze mij niet geloofden. Ze geloofden mij niet, waarschijnlijk omdat ze aanvoelden dat ik het moment van de klap dat mijn val voorafging, verzweeg.

Toen Marie even uit de kamer was, kwam mijn moeder naar me toe. Ze nam mijn hand en keek me in de ogen.

‘Mijn dochter,’ zei ze ‘weet dat je altijd terug naar huis mag komen.’ Ik had haar nog nooit zo formeel tegen mij horen spreken en ik was te verbijsterd om daarop te reageren. Ik knikte, maar in mij groeide irritatie en opstandigheid.

Marie kwam terug in de kamer en ik zag dat haar ogen rood waren.

We aten die middag in stilte. Mijn moeder had soep gemaakt en ik trok stukjes van mijn brood en liet ze weken in de soep. Ik voelde hoe ze mij tijdens het eten observeerde.

Na de middag kwam Amparo en ook zij kon haar ontzetting niet verbergen. Ik herhaalde mijn versie van het verhaal en zij bleef maar vragen wanneer dat dan precies gebeurd was. Ze leek een link te leggen met haar bezoek aan mij en mijn moeder luisterde aandachtig en leek daar een conclusie uit te trekken. Ze zei opnieuw wat ze voor de middag gezegd had, nu met Amparo en Marie erbij, dat ik altijd naar huis mocht komen.

Het ergerde mij. Misschien wel omdat het mij in tweestrijd bracht. De gedachte om weer bij mijn moeder te gaan wonen en zo dicht bij Amparo was aantrekkelijk, maar de weerstand om Michel te verlaten, om ons huis, ons leven, de kudde, de berg te verlaten was even sterk. Ik kreeg het niet uitgelegd, ik kon nog steeds niet goed praten, ik hoorde mezelf lispelen en ik voelde mijn boosheid en mijn weerstand groeien.

‘Waarom zou ik naar huis komen?’ snauwde ik mijn moeder toe, mijn hand beschermend voor mijn mondhoek.

‘Omdat je niet gelukkig bent,’ zei mijn moeder hard, ‘denk je dat we dat niet zien?’

‘Geluk, geluk …’ haperde ik ‘Wie is hier gelukkig? Ben jij dan gelukkig?’ vroeg ik mijn moeder. En ik wendde me achtereenvolgens tot Marie en tot Amparo: ‘Ben jij dan gelukkig? Ben jij dan gelukkig? Zijn jullie dan zo gelukkig?’

Op dat moment kwam Delphine de kamer in. Ze was zo zwanger dat haar buik eerst verscheen. Ze had onze discussie blijkbaar gehoord.

‘Ik ben gelukkig,’ zei ze zacht.

We keken haar alle drie aan. Het was haar aan te zien, haar geluk. Er straalde iets van haar gezicht. Ze hield haar handen trots op haar buik. Het contrast met mij kon niet groter zijn. Ik wist hoe bleek en mager ik eruitzag, hoe geschonden ik was, niet in staat om te glimlachen, en hoe plat mijn buik was. Want ondanks mijn huwelijksleven dat in de eerste maanden overrompelend was geweest, was ik niet zwanger geworden. Sinds het ongeluk had Michel me niet meer aangeraakt en ik kon me op dat moment niet eens voorstellen dat het ooit nog zou gebeuren.

Toch kalmeerde de aanwezigheid van Delphine mij even. Het gesprek ging over naar haar zwangerschap en het vooruitzicht van een baby in huis.

Wat later kwam Michel mij ophalen. Ik zie nog steeds Amparo’s gezicht. Ze kon haar wantrouwen en zelfs haar boosheid jegens Michel niet verbergen. Het laatste wat ik van haar zag was de ontreddering in haar ogen toen we elkaar bij het afscheid kusten. Ze was bang om mij pijn te doen en haar kus kwam op mijn oor terecht. Terwijl Michel en ik de helling opliepen voelde ik de aanraking van haar lippen nog op mijn oor. Bij de grote bocht bleven we niet staan. Michel leek zijn pas zelfs wat te versnellen en nam mijn hand. Zo gingen we naar huis. Voor de eerste keer hand in hand. Naar huis.

 

DSCN4073

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s