3.11. Arturo

Het begint me te dagen hoe vreemd ik eruit moet zien voor haar. Zij is de eerste uit mijn oude leven die me ziet zoals ik nu ben. Die weet wie ik vroeger was. Alle mensen waarmee ik de afgelopen dertig jaar ben omgegaan kennen mij als Arturo. Het was niet eens moeilijk om de naam van mijn vader over te nemen. Hij paste mij meteen. Ik zou iets willen zeggen, maar ik weet niet waar te beginnen. Waarom, ja waarom, ik weet het zelf niet eens meer.

Ik ga terug naar die nacht, naar de dag ervoor. De aanblik van Colombe, met dat verse litteken en haar ontbrekende tanden had me overstuur gemaakt.

‘Dat je het voor hem opnam,’ zeg ik, ‘dat je hem verdedigde…’

Ze kijkt me verbaasd aan en ik zie dat ze zoekt, zij ook, in dat verre verleden.

‘Hij heeft je mishandeld, je voor je leven beschadigd.’

Ze schudt het hoofd.

‘Je bent even erg als de anderen, nog erger… Je was er toch niet bij?’

‘Vertel het mij dan,’ zeg ik.

‘Het was een ongeluk,’ zegt ze eerst.

‘Het was een ongelukkige samenloop van omstandigheden,’ zegt ze dan.

En dan vertelt ze het, gedetailleerd, hoe ze mij met pijn in het hart uitgezwaaid had. Hoe ze zich omgekeerd had om naar binnen te gaan. Dat Michel de tranen in haar ogen had gezien. Dat hij uit onmacht naar haar uitgehaald had. Dat ze op de scherpe hoek van de bruidskoffer gevallen was.

‘Ja, hij wou me slaan,’ geeft ze nu toe, ‘maar niet hard, hij wou me niet verwonden. Het was een gebaar, niet meer dan dat.’

‘En ja, ik ben eerst kwaad op hem geweest, woedend, ik heb overwogen om hem te verlaten. Maar toen ik merkte hoe hij leed, begreep ik dat het niet zijn schuld was. Niet helemaal. Misschien ook de mijne, want ik was met hem getrouwd, maar mijn hart was bij jou.’

‘Waarom ben je bij hem gebleven?’ vraag ik dan.

‘Wat kon ik doen? Terug naar mijn moeder gaan? Een leven lang jouw buurvrouw zijn? In het dorp, met mijn beschadigde gezicht?’

‘Op een of andere manier voelde het gehucht veiliger aan. Het was er rustiger, ik hoefde geen mensen onder ogen te komen. En Michel was sinds het ongeluk zorgzaam en lief voor mij.’

Haar ogen vullen zich opnieuw met tranen.

‘Ik kon het niet aan,’ zeg ik, ‘ik kon het niet meer aanzien. Hoe jij eruit zag! Bleek en mager. Die wond. En dat je hem beschermde. Dat je loog! Het voelde alsof ik je voorgoed kwijt was, alsof alles mij was afgenomen en ik niets meer te verliezen had. Het leek opeens volkomen zinloos om nog langer in het dorp te blijven. Ik heb de bakkerij opgeruimd, alle eetbare resten weggedaan, zodat er geen ratten naar binnen zouden komen. Want ik wist dat ik voor lange tijd weg wilde gaan. Ik heb Vincent erbij betrokken. Ik heb hem mijn haar kort laten knippen. Ik heb een breed lint gemaakt van stroken lakenstof waarmee ik mijn borst omwikkelde. Ik heb kleren uitgezocht van mijn vader en mijn broers. En zo zijn we vertrokken, als twee mannen.’

‘Maar waarom?’ vraagt ze weer, ‘waarom als man?’

‘Het leek mij de beste manier om me onherkenbaar te maken,’ zeg ik.

‘En… het ging vanzelf. Ik had snel door dat ik me prettiger voelde in die kleren. Het voelde veel vrijer. Ik voelde me gerust, zeker met Vincent aan mijn zijde.’

Het vertellen doet ons goed. Ik merk dat Colombe rustiger wordt. Ze vraagt of ik iets wil eten. Ze zet brood en olijven op tafel. Ze gaat even weg en komt terug met een fles wijn.

Ze snijdt plakjes van een harde worst. Ik voel mijn honger nu.

Ik kauw op het brood. Het moet van gisteren zijn. Ik glimlach en ze ziet het.

‘Dat brood,’ zeg ik, ‘je bakt nog steeds brood. En het is goed brood, mooie korst, grote gaten, fijne smaak.’

Er kan ook bij haar een kleine glimlach af.

Foto0040

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s